Massa Berekenen Met Dichtheid

Massa Berekenen Met Dichtheid
Het vertelt je dus hoeveel van een stof er in een bepaalde ruimte zit. De formule om de dichtheid te berekenen is p=m ÷ v. p is de dichtheid. m is de massa.

Hoe bereken je massa met dichtheid?

Hoe bereken je massa en volume? – De formule om volume te berekenen is V = m/ρ, waarbij ρ (rho) de dichtheid in gram per kubieke centimeter (g/cm tot de macht 3) is, m de massa in gram (g) en V het volume in kubieke centimeter (cm tot de macht 3).

Wat is het verschil tussen massa en dichtheid?

Als je de massa (m in g) van een stof met een bepaald volume (V in cm3) terug rekent naar de massa van 1 cm3 dan is dit de dichtheid.

Hoe weet je wat de massa is?

Massa: De hoeveelheid stof in gram. Op aarde gewoon op een weegschaal (ballans) leggen 1 kg = 1000 gram!!! 1 ton = 1000 kg! V = l * b * h Volume = lengte x breedte x hoogte LET OP geen dm met cm vermenigvuldigen.

Hoe massa berekenen met volume?

volumieke massa, dichtheid volumieke massa Ook: dichtheid. De volumieke massa is de materiaaleigenschap die het verband weergeeft tussen de massa en het volume, uitgedrukt in kg/m3, formule: ρ = m/V ( ρ spreek uit: ro), Het vochtgehalte en de samenstelling van het materiaal bepalen voor een groot deel de volumieke massa. Vaak wordt daarom deze grootheid aangegeven in kg/m3. Eventueel voegen we extra gegevens toe zoals “bij 12% vocht” of “na droging”. (Vaak is aanhangend water een bestanddeel van een hoeveelheid van een materiaal; daarom wordt soms van ” drogestofgehalte ” gesproken, dus zonder aanhangende vloeistoffen.) Het aandeel holle ruimte is uiteraard van invloed op de volumieke massa: de holle ruimte in toeslagmaterialen kan ca.40% zijn ( Cement en Beton ). We spreken van volumieke massa of schijnbare volumieke massa (svm) als aantal kg/m3 niet constant is voor een materiaal, bijvoorbeeld bij meer of minder poreuze materialen als baksteen, beton, hout, natuursteen of bij meerlagige structuren. Voor de meeste materialen zal de schijnbare volumieke massa simpelweg volumieke massa worden genoemd. De volumieke massa weerspiegelt ook de graad van compactheid van het materiaal en laat toe de massa van een gegeven volume in te schatten. Bij geperforeerde bakstenen e.d. wordt gesproken over bruto volumieke massa, Bij materialen als kleikorrels wordt ook wel gesproken over volumegewicht van de korrel (zonder lucht tussen de korrels) en droog volumieke massa (totaal bezien van korrels en lucht in 1 m3). Deze eigenschap wordt soms ook onder een andere vorm uitgedrukt: de schijnbare dichtheid, Deze is gelijk aan de schijnbare volumieke massa van het materiaal, gedeeld door de volumieke massa van water (1000 kg/m3). Het betreft hier dus een eigenschap zonder eenheid, bijvoorbeeld lichtbeton heeft een schijnbare dichtheid van 1,7-2,0. We spreken van soortelijke massa als de volumieke massa constant is, bijvoorbeeld bij staal 7850 kg/m3. Een aantal van die bijzonderheden met betrekking tot de massa per volume-eenheid zijn:

ρ is de werkelijke volumieke massa, dus waar alle porin en andere holle ruimten in gedachte “verwijderd” zijn (komt niet vaak voor): ρ = m/V ρ a is de schijnbare volumieke massa indien er geen of nauwelijks holle ruimten zijn (a van apparent, schijnbaar): ρ a = m/V a = m/(V+V porin ) ρ rd is de volumieke massa bij poreuze materialen (rd van relative density, relatieve dichtheid): ρ rd = m/V rd = m/(V+V porin ) ρ sat is de volumieke massa wanneer het materiaal volledig verzadigd is met water (sat van saturated, verzadigd): ρ sat = m sat /V sat = (m+m water )/(V+V porin ) ρ ssd is de volumieke massa wanneer het materiaal volledig verzadigd was, maar een droog oppervlak heeft (ssd van saturated surface dry, verzadigd droog oppervlak) ρ b of ρ g is de volumieke massa van bulkmaterialen, bijvoorbeeld gestorte aarde of gestort zand (een gemiddelde waarde; b van bulk, bulkgoederen, stortgoederen; g van granules ): ρ b = m b /V b = (m+m water )/(V+V porin +V tussenruimten ) ρ s is de volumieke massa van stapelbare materialen (bakstenen, straattegels, openhaardhout e.d.; s van stored into piles )

Een aantal volumieke massa’s en uitzettingscofficinten, o.m. van David Verhoeven (tabellenboekje bouwkunde):
materiaal absolute volume- massa (kg/m3) schijnbare volume- massa ρ a of ρ rd (kg/m3) lineaire uitzettings- cof. (mm per meter per graad C) *)
aerogel (densiteit sterk afhankelijk van de toepassing, vaak geen pure aerogel) 1-200
aluminium 2800 2700 24,10 -6
bamboe (ongeperst) ca.600
bamboe (geperst) 1000-1300
baksteen 2500 1000-1800 5,10 -6
basalt 2700-3200 (3000) 7,10 -6
beton (“gewoon”) 2350 12,10 -6
beton (licht) 1700-2000
beton (met gexpandeerde klei) 700 8,10 -6
beton ( cellenbeton ) 300-800 8,10 -6
betongranulaat 2350
c-eps d.w.z. betonspecie met polystyreen-korrels 100-450
bims (puimsteen) 900-1200 (uit Eiffel ca.1100)
bimsbeton 1000 6,10 -6
bitumenvilt 1100
blauwe steen ( hardsteen ) 2700 6,10 -6
cellenbeton 300 1300 11,10 -6
cellenbeton Ytong Multipor (blok) 115
cement (CEM I) ca.1260 ca.3150
cement (CEM II/B-V) ca.1900
cement (CEM III) 2950-3000
cement mortel (uit beton) 1900 11,10 -6
clt (cross-laminated timber) 450-470
eps (gexpandeerd polystyreen) 15-35
foamglas (cellenglas, schuimglas) 110-180
gexandeerde klei ( argex, liapor ) 600-1240 (volume gewicht van de korrel) 340-800 (droog volumieke massa)
gietasfalt 2100
gietijzer 7900 7500 13,10 -6
gips (pleisterwerk) 1300 11,10 -6
glas 2600 2600 9,10 -6
graniet 2600-2700 7,10 -6
grstegels 2000
grind 4/28 2600 1600
grindvloer 1700-2100
hdpe 200,10 -6
hout (azob) ( foto rechtsboven ) 940-1100 bij 12% vocht
hout (licht) 1600 500
hout (zwaar) 1600 700-1000
hydrozine (mierenzuur) 1220
isolatiebeton 500 5,10 -6
kalkhennep-blok 340
kalkmortel (metselwerk) 1600 11,10 -6
kalksteen (hard; verg. marmer) 2500-2750
kalksteen (zacht) 2200-2350
kalkzandsteen (stenen, blokken, elementen) 1610-2350 bij 4% vocht 9,10 -6
koelmiddel MEG, MPG 1053 resp.1038
koper 9000 8500 17,10 -6
kurk tot 100
kurk, geperst (kurkparket) ca.550
ldpe (low density polyethyleen ) 200,10 -6
linoleum, pvc-tegels 1200
lood 11340 11340 29,10 -6
lucht 1,29
magnetiet 3500-5100
marmer 2750 5,10 -6
mergel 1500
metselwerk ( baksteen ) 1600-1900 6,10 -6
metselwerk- granulaat 1300-1950
multipor (Ytong Multipor, een soort cellenbeton) 115
natuursteen 1500-3000
ongewapend grindbeton circa 2300
oryx board ca.1000
paraffine 900
pellets 1100 640
perliet 65-120
poederkool- vliegas 2250
polyurethaan ( PUR ) 30
porfier 2550-2800
poroton 600-800
pp (polypropyleen) 160,10 -6
pvc (polyvinyl- chloride) 80,10 -6
resol hardschuim 35-40 40-70,10 -6
resol hardschuim high-density 60 40-70,10 -6
rubber 1500
rvs 7900
schuimbeton 500-1700 16,10 -6
silica fume (poeder) 2400
staal 7800 7800 12,10 -6
staalslakken ca.3000
steenmeel
steenslag 7/20 2600 1350
tegels (van gebakken klei ) 2500- 2800 1700 6,10 -6
vermiculiet- platen (gexpandeerd) 350
vpe 200,10 -6
waterstof 0,09
zand 0/2 2600 1475
zand en grind 2650
zeezand en zeegrind 2590
zink 7200 7000 28,10 -6
You might be interested:  Persoonlijke Lening Rente Berekenen

) lineaire uitzettingscofficint a = D L / (Lo. D T) waarbij D L de uitzetting is, Lo de oorspronkelijke lengte en D T de temperatuurverandering; ook: thermische uitzettingscofficint (in mm per meter per Kelvin) bepaling volume van een moeilijk anderszins te berekenen volume; vr onderdompelen wordt de kan met water gevuld tot de onderrand van de uitlooptuit zodat er net geen water meer uit de tuit loopt; na onderdompelen van het voorwerp is het volume van het voorwerp gelijk aan het volume van het naar buiten tredende water (eventueel “omgerekend” uit de massa van het water) ( materials fysical properties, university of timisoara ):

Wat is de massa en volume?

Met massa bedoelen we het aantal gram of kilogram van een voorwerp of van een soort materiaal. Met het volume bedoelen we het aantal liter of kubieke meter.

Wat is massa volume?

In de natuurkunde proberen we de wereld te begrijpen door metingen te doen. Twee van de belangrijkste eigenschappen die we kunnen meten zijn de massa (hoe zwaar iets is) en het volume (hoeveel ruimte iets inneemt). In deze paragraaf bespreken we de verschillende maten waarin deze eigenschappen worden gemeten. De oppervlakte meten we meestal in: Het volume meten we meestal in: In de laatste afbeelding zien we dat we volume zowel in kubieke meter als in liters kunnen weergeven.1 L is bijvoorbeeld exact hetzelfde als 1 dm 3, Er geldt dus: $$ 1 \text = 1 \text ^3 $$ In sommige gevallen kunnen we het volume ook uitrekenen. Het volume van een balk is bijvoorbeeld: $$ \text = \text \times \text \times \text $$ Dit korten we meestal af tot: $$ V = l \times b \times h $$

Volume (V) kubieke meter (m 3 )
Lengte (l) meter (m)
Breedte (b) meter (m)
Hoogte (h) meter (m)

Het volume van de balk in de onderstaande afbeelding is bijvoorbeeld: $$ V = 5,0 \times 2,0 \times 1,5 = 15 \text ^3 $$ Klas 3 In BINAS tabel 36 kan je formules vinden voor het volume ( V ) en de oppervlakte ( A ) van een aantal veelvoorkomende figuren. Hieronder zien we een aantal voorbeelden hiervan. Als een voorwerp een ingewikkelde vorm heeft, dan kunnen we het volume vaak niet met een formule bepalen. In dat geval gebruiken we een slim experiment genaamd de onderdompelmethode, Stel we willen het volume van een steentje bepalen, dan kunnen we het steentje in een maatcilinder met water doen en kijken hoeveel het water stijgt. Om de wereld te kunnen beschrijven, is het ook belangrijk dat we kunnen meten hoe ‘zwaar’ voorwerpen zijn. Hiervoor wordt het begrip massa gebruikt. De massa meten we meestal in: Normaal gesproken gebruiken we echter alleen de milligram, de gram en de kilogram: In het dagelijks leven wordt voor de massa ook wel het woord ‘gewicht’ gebruikt. Dit is echter onjuist, In het hoofdstuk over kracht zullen we het verschil tussen massa en gewicht toelichten. Het is belangrijk om het begrip volume en het begrip massa goed uit elkaar te houden. Training

    Is dichtheid gewicht?

    Antwoord – Soortelijk gewicht is een veroudere term. Men spreekt tegenwoordig liever over dichtheid, Elk materiaal heeft een dichtheid (of soortelijk gewicht). De dichtheid van een materiaal kunnen we definiren als het gewicht (massa) die een bepaalde hoeveelheid (volume) van dat materiaal heeft:

      1 m 3 water heeft een massa van 1000 kg : de dichtheid van water bedraagt 1000 kg/m 3,1 m 3 lood heeft een massa van 11360 kg : de dichtheid van lood bedraagt 11360 kg/m 3

    In jouw geval moet je dus het gewicht van de olijfolie (5kg – 425 gram) delen door het volume (5 liter=5dm 3 =0,005m 3 ). Ik kom dan uit op 915 kg/m 3, Hopelijk is dat duidelijk. home | vandaag | bijzonder | gastenboek | statistieken | wie is wie? | verhalen | colofon ©2001-2023 WisFaq – versie 3

    Wat is het verband tussen m en V?

    Reacties – Jaap op 27 oktober 2006 om 20:48 Dag Sandra, Je kunt het verband tussen de massa m en het volume V aangeven met de dichtheid ρ (rho, een letter uit het Grieks). De dichtheid is de massa per volume. Met andere woorden: de dichtheid is de massa (in kilogram, soms in gram) van 1 m³ (soms 1 dm³ of cm³) stof.

    Hoe meet je de massa van een vloeistof?

    Werkwijze van dit experiment over de massa en het volume van stoffen – Hoe moet je te werk gaan om te onderzoeken hoe je inspecteur Density kunt helpen om de massadichtheid van de onbekende vloeistof te bepalen?

    Bepaal de massa van de lege maatcilinder (= m1). Breng een hoeveelheid van de onbekende vloeistof in de maatcilinder. Lees de hoeveelheid van de vloeistfof in de maatcilinder af en noteer ze. Zet het volume om naar kubieke cm. (1 ml= 1 kubieke centimeter) Bepaal de massa van de maatcilinder met de vloeistof erin (= m2) en noteer ze. Bereken het verschil tussen m2 en m1 en noteer dit. Dit is gelijk aan de massa van de vloeistof. Bereken de massadichtheid van de vloeistof door de massa van de vloeistof te delen door het volume van de vloeistof.

    Is dichtheid en volume hetzelfde?

    Dichtheid is een maat voor de massa van een bepaald volume van een stof. In BINAS wordt hiervoor de eenheid kilogram per kubieke meter (kg/m3) gebruikt.

    Hoe bereken je de massa met Newton?

    Zwaartekracht op aarde – De zwaartekracht die een object op aarde voelt is makkelijk te berekenen met de volgende formule: F z = m · g Hierin is m de massa van het object dat wordt aangetrokken in kilogram, g is de valversnelling op aarde en heeft een waarde van 9.81m/s 2, F z is dan de kracht in Newton waarmee de zwaartekracht het object naar de aarde trekt.

    • Een rekenvoorbeeld:
    • Bereken de zwaartekracht die een voetbal van 450 gram ervaart.
    • De massa van de voetbal is 450 gram, dat is 0,45 kg. De zwaartekracht kunnen we berekenen met bovenstaande formule en komt uit op:
    • F z = 0,45 · 9,81 = 4,4145 N

    Om een bal op te tillen van de aarde kost energie. De energie die het kost om de bal op te tillen wordt opgeslagen in de bal in de vorm van zwaarte-energie, De zwaarte-energie kun je berekenen met deze formule: F z = m · g · h Hierin is m weer de massa van het object, g de valversnelling en h de hoogte van het object in meters gerekend vanaf de oppervlakte van de aarde.

    1. Als je de bal van de vraag hiervoor 3 meter vanaf het aardoppervlak optilt, hoeveel energie kost dit dan?
    2. We weten nog dat de massa van de bal 0,45 kg is, we weten de waarde van g en de hoogte h. We kunnen dus alles invullen in de formule voor de zwaarte-energie:
    3. E z = 0,45 · 9,81 · 3 = 13,2435 J.

    Wat geeft de massa aan?

    Massa geeft de hoeveelheid materie weer. Hoe groter de massa van een voorwerp, hoe meer de zwaartekracht eraan trekt. Massa wordt gemeten in de eenheid ‘kilogram’. Massa is een grootheid.

    Wat is dichtheid massa en volume?

    Dichtheid is de hoeveelheid massa die aanwezig is in een bepaald volume. Het vertelt je dus hoeveel van een stof er in een bepaalde ruimte zit. De formule om de dichtheid te berekenen is p=m ÷ v. p is de dichtheid.

    Hoe ga je van volume naar Mol?

    Zo werkt de app –

    Stel je eerste vraag

    Mol en massa Als je het aantal mol van een stof weet en je wil weten wat de massa is, dan gebruik je hiervoor de molaire massa (in g/mol). Dit kun je vinden in tabel 99 in BiNaS. Je gaat van mol naar massa door het aantal mol te vermenigvuldigen met de molaire massa.

    Als je de massa van een stof weet en je wil het aantal mol weten, dan doe je het tegenovergestelde, dus dan deel je door de molaire massa. Voorbeeld: Je hebt 32 gram zuurstof. Hoeveel mol is dat? In tabel 99 van je BiNaS kun je vinden dat de molaire massa van zuurstof 16,0 g/mol is. Je kunt het aantal mol uitrekenen door het aantal gram te delen door de molaire massa.

    Dan krijg je dus: 32 g/16,0 g/mol = 2 mol zuurstof. Mol en volume van een vloeistof Als je het aantal mol van een stof weet en je wil weten hoeveel liter je hebt, heb je hier de molariteit voor nodig. De eenheid van molariteit is mol/L of M. Deze eenheid wordt gegeven in de opdracht. Je kunt van mol naar volume gaan door het aantal mol te delen door de molariteit.

    Als je het volume weet en je wil het aantal mol weten, dan vermenigvuldig je het volume met de molariteit. Voorbeeld: Je hebt 5 L zoutzuur met een molariteit van 0,1 mol/L. Hoeveel mol zoutzuur heb je? We kunnen van volume naar mol gaan door het volume te vermenigvuldigen met de molariteit. In dit geval wordt dat dan: 5 L x 0,1 mol/L = 0,5 mol zoutzuur.

    Mol en volume van een gas Als je het aantal mol van een stof weet en je wil weten wat de massa is, dan gebruik je hiervoor het molair volume (in m3/mol). Dit kun je vinden in tabel 7 in BiNaS. Bij kamertemperatuur is dit 2,45 x 10-2 m3/mol. Je gaat van mol naar volume door het aantal mol te vermenigvuldigen met het molair volume. Aanpak bij opdrachten met mol Veel opdrachten waar je mol bij nodig hebt kun je op dezelfde manier aanpakken. Hieronder volgt een stappenplan hoe je dit het beste kunt doen.

    1. Schrijf de reactievergelijking op.
    2. Reken de gegevens om naar mol.
    3. Schrijf de molverhouding op.
    4. Bereken het aantal gevraagde stof met behulp van de molverhouding.
    5. Reken dit om naar de gevraagde hoeveelheid.

    Leerlingen die hier vragen over hebben, keken ook naar: Omrekenen met kruistabellen Scheikundige reactievergelijking oplossen: hoe doe je dat? Hoe reken je uit welke stof in overmaat aanwezig is?

    Hoe bereken je massa chemie?

    De molecuulmassa wordt berekend door de atoommassa’s van alle atomen, die in de molecule aanwezig zijn, samen te tellen.

    Wat is de massa van 1 liter?

    1799 – Toen in de definitie van de meter een klein beetje, veranderde de liter automatisch mee. Door de oorspronkelijke definitie van het als de massa van 1 dm³ water, is een liter tevens gelijk aan het volume van 1 kg water. Later, toen men nauwkeuriger kon meten, werd vastgesteld dat er een kleine onnauwkeurigheid was opgetreden bij de vervaardiging van de standaardkilogram.

    Welke eenheid voor massa?

    Massa (gewicht) Eenheden

    1 gigaton (Gt) =1 000 000 000 000 000 g
    1 ton (t) =1 000 000 g
    1 kilogram (kg) =1 000 g
    1 gram (g) =1 g
    1 milligram (mg) =0.001 g

    Wat is de massa van een stof?

    Wat is de massa van een stof? De massa van een stof is de grootheid die bepaalt hoe de snelheid van een voorwerp verandert als er een kracht op uitgeoefend wordt. Of de massa van een stof is de hoeveelheid materie waaruit een voorwerp bestaat.

    Wat betekent de Massadichtheid?

    Dichtheid De dichtheid of soortelijke massa (of volumieke massa ) van een materiaal is een grootheid die uitdrukt hoeveel massa van dat materiaal aanwezig is in een bepaald volume. Vaak wordt nog de verouderde en foutieve term soortelijk gewicht gebruikt.

    Waarvan is Massadichtheid afhankelijk?

    Dichtheidsbepaling De dichtheid wordt bepaald door hoeveel soortgelijke massa van hetzelfde product (homogeen materiaal) aanwezig is in een vooraf bepaalde volume. Anders genoemd: “Massa per volume-eenheid”. NutriControl bepaalt de dichtheid in vloeistoffen, dit zijn voornamelijk zuivelproducten zoals melk en wei.

    In de dichtheidsmeter trilt een holle glazen buis met een bepaalde frequentie. Deze frequentie verandert wanneer de buis met het monster wordt gevuld, hoe hoger de massa van het monster, hoe lager de frequentie. Deze frequentie wordt vervolgens gemeten en omgezet in een dichtheidswaarde. De dichtheid is afhankelijk van de temperatuur van de gemeten vloeistof.

    Daarom wordt het monster standaard gemeten bij 20°C. Zo verkrijgen we constante data en kunnen we de dichtheid van uw product analyseren.

    Wat is de massa van water?

    More videos on YouTube

    Stof Dichtheid (kg/m 3 )
    vloeibaar water 998
    ijs 916
    vurenhout 580
    glas 2600

    Hoe meet je de massa van een vloeistof?

    Werkwijze van dit experiment over de massa en het volume van stoffen – Hoe moet je te werk gaan om te onderzoeken hoe je inspecteur Density kunt helpen om de massadichtheid van de onbekende vloeistof te bepalen?

    Bepaal de massa van de lege maatcilinder (= m1). Breng een hoeveelheid van de onbekende vloeistof in de maatcilinder. Lees de hoeveelheid van de vloeistfof in de maatcilinder af en noteer ze. Zet het volume om naar kubieke cm. (1 ml= 1 kubieke centimeter) Bepaal de massa van de maatcilinder met de vloeistof erin (= m2) en noteer ze. Bereken het verschil tussen m2 en m1 en noteer dit. Dit is gelijk aan de massa van de vloeistof. Bereken de massadichtheid van de vloeistof door de massa van de vloeistof te delen door het volume van de vloeistof.

    Hoe bereken je de molecuul massa?

    Zo werkt de app –

    Stel je eerste vraag

    Mol en massa Als je het aantal mol van een stof weet en je wil weten wat de massa is, dan gebruik je hiervoor de molaire massa (in g/mol). Dit kun je vinden in tabel 99 in BiNaS. Je gaat van mol naar massa door het aantal mol te vermenigvuldigen met de molaire massa.

    Als je de massa van een stof weet en je wil het aantal mol weten, dan doe je het tegenovergestelde, dus dan deel je door de molaire massa. Voorbeeld: Je hebt 32 gram zuurstof. Hoeveel mol is dat? In tabel 99 van je BiNaS kun je vinden dat de molaire massa van zuurstof 16,0 g/mol is. Je kunt het aantal mol uitrekenen door het aantal gram te delen door de molaire massa.

    Dan krijg je dus: 32 g/16,0 g/mol = 2 mol zuurstof. Mol en volume van een vloeistof Als je het aantal mol van een stof weet en je wil weten hoeveel liter je hebt, heb je hier de molariteit voor nodig. De eenheid van molariteit is mol/L of M. Deze eenheid wordt gegeven in de opdracht. Je kunt van mol naar volume gaan door het aantal mol te delen door de molariteit.

    • Als je het volume weet en je wil het aantal mol weten, dan vermenigvuldig je het volume met de molariteit.
    • Voorbeeld: Je hebt 5 L zoutzuur met een molariteit van 0,1 mol/L.
    • Hoeveel mol zoutzuur heb je? We kunnen van volume naar mol gaan door het volume te vermenigvuldigen met de molariteit.
    • In dit geval wordt dat dan: 5 L x 0,1 mol/L = 0,5 mol zoutzuur.

    Mol en volume van een gas Als je het aantal mol van een stof weet en je wil weten wat de massa is, dan gebruik je hiervoor het molair volume (in m3/mol). Dit kun je vinden in tabel 7 in BiNaS. Bij kamertemperatuur is dit 2,45 x 10-2 m3/mol. Je gaat van mol naar volume door het aantal mol te vermenigvuldigen met het molair volume. Aanpak bij opdrachten met mol Veel opdrachten waar je mol bij nodig hebt kun je op dezelfde manier aanpakken. Hieronder volgt een stappenplan hoe je dit het beste kunt doen.

    1. Schrijf de reactievergelijking op.
    2. Reken de gegevens om naar mol.
    3. Schrijf de molverhouding op.
    4. Bereken het aantal gevraagde stof met behulp van de molverhouding.
    5. Reken dit om naar de gevraagde hoeveelheid.

    Leerlingen die hier vragen over hebben, keken ook naar: Omrekenen met kruistabellen Scheikundige reactievergelijking oplossen: hoe doe je dat? Hoe reken je uit welke stof in overmaat aanwezig is?

    Wat is de eenheid van de massa?

    Massa (gewicht) Eenheden

    1 gigaton (Gt) =1 000 000 000 000 000 g
    1 ton (t) =1 000 000 g
    1 kilogram (kg) =1 000 g
    1 gram (g) =1 g
    1 milligram (mg) =0.001 g

    Hoe vind je de molaire massa?

    Molaire massa van stoffen – De molaire massa van een of kan berekend worden als men de kent. De molaire massa is dan de som van de atoommassa’s van alle aanwezige elementen, vermenigvuldigd met de van de elementen in de brutoformule. Die getalwaarde wordt dan nog eens vermenigvuldigd met 1 g/mol.