Qtc Tijd Berekenen

Qtc Tijd Berekenen
QTc= QT interval/√RR- interval in seconden.5 Bij een hartfrequentie van 60/minuut is de QTc tijd gelijk aan de QT tijd.6 Een andere formule is die van Fridericia: QTc= QT interval /3√ RR- interval in seconden.

Hoe bereken je QT-tijd?

Het QT-interval wordt daarom gecorrigeerd voor de hartfrequentie (QTc), meestal met de formule van Bazett: QTc = QT-interval/√(RR-interval in seconden).

Wat is een normale QTc tijd?

Hoe stelt je arts de aandoening vast? – Lange-QT-syndroom wordt in de eerste plaats vastgesteld tijdens een ECG, De lengte van het QT-syndroom wordt steeds in verhouding gebracht tot het hartritme. De normale grenzen van het QT-interval zijn immers afhankelijk van de hartfrequentie.

Wat is een verlengde QT-tijd?

Het lange-QT-syndroom betreft een aandoening waarbij, zoals de naam al doet vermoeden, de QT-tijd op het ecg verlengd is. Dit kan aangeboren zijn, maar ook verworven. Bij een verlengde QT-tijd is de repolarisatie vertraagd. Dat wil zeggen dat de hartcellen langer nodig hebben om zich klaar te maken voor de volgende slag.

Welke medicijnen verlengen de QT-tijd?

QT-verlenging en medicatie In veel richtlijnen staat het advies om een ecg te maken alvorens te starten met medicijnen die het QT-interval verlengen. Veel huisartsen doen dit niet. Dit is wel begrijpelijk, want het absolute risico op levensbedreigende ritmestoornissen blijft ontzettend klein.

  • Verschillende medicijnen verlengen het QT-interval, zoals ciproxin en haloperidol.
  • Een verlengd QT-interval is een risicofactor voor ‘torsade de pointes’ (tijdelijke polymorfe VT) die uiteindelijk kan overgaan in ventrikelfibrilleren en acute hartdood.
  • De kans op deze ritmestoornissen is groter bij mensen met een (familiaire) cardiale voorgeschiedenis.

Het farmacotherapeutisch kompas vermeldt het als er een verhoogd risico bestaat. Onderzoekers uit Utrecht namen haloperidol als voorbeeld en keken hoe vaak huisartsen een ecg maken voor de start van de medicatie. Zij analyseerden hiervoor een grote Engelse eerstelijns database (UK Clinical Practice Research Datalink (2009-2013)).

  • Van de 3420 volwassenen die een eerste prescriptie haloperidol kregen tussen 2009 en 2013, onderging 1,8% een ecg rond de start van de medicatie, terwijl dit in de controleperiode (een jaar ervoor) 0,8% was.
  • De auteurs concluderen dat de compliance van de huisartsen wat betreft deze richtlijnen ontzettend laag is.

Gelukkig plaatsen zij dit ook in perspectief. De absolute kans op torsade de pointes en out of hospital cardia arrest in de algemene bevolking is laag: respectievelijk 0,5 en 10 per 10.000 levensjaren. Verder is bekend dat QT-verlengende medicatie de kans op op torsade de points drie keer verhoogt, de absolute kans blijft dus laag, en dat de relatie tussen de VT en VF niet zo eenduidig is.

  • De auteurs besluiten gelukkig niet dat de huisarts meer ecg’s moet maken, maar dat het nuanceren van de huidige aanbevelingen wat betreft ecg’s en QT-verlengende medicatie op zijn plaats lijkt.
  • Warnier MJ, et al.
  • Are ECG monitoring recommendations before prescription of QT-prolonging drugs applied in daily practice? The example of haloperidol.

Pharmacoepidemiol Drug Saf 2015;24:701-8. : QT-verlenging en medicatie

Hoeveel hokjes QRS?

Auteur J.S.S.G. de Jong, MD
Co-Auteur
Moderator J.S.S.G. de Jong, MD
Supervisor
Lees meer over auteurschap op ECGpedia

De breedte van een hokje op het ecg geeft de tijd weer De aftelmethode om de hartfrequentie te bepalen. Het tweede QRS-complex ligt tussen de 75 en de 60 slagen per minuut. Deze hartslag ligt daar dus tussenin, rond de 65 slagen per minuut. Hoe vaak slaat het hart per minuut? Een vrij eenvoudige vraag en met wat rekenwerk makkelijk te beantwoorden.

Er zijn drie eenvoudige manieren om de hartfrequentie (HF) te berekenen:
  1. De aftelmethode (het liefst te gebruiken bij een normaal sinusritme). Hierbij gebruikt men de sequentie 300-150-100-75-60-50-43-37. Men begint met aftellen bij een willekeurige R-golf (liefst een die toevallig op een dikke lijn valt). Dit is het startpunt. Als de volgende R na 1 groot hokje volgt, is de frequentie 300/min., na 2 grote hokjes 150/min., na 3 grote hokjes 100/min., etc. Valt de volgende R halverwege een groot hokje, dan kan er gemiddeld worden.
  2. De kleine (1 mm) hokjes tellen tussen twee QRS-complexen. Omdat de standaardsnelheid van het papier 25 mm/sec is: Deze methode is vooral handig bij het meten van een snelle hartslag (> 100 slagen/min.)
  3. De 3-seconde-marker-methode (te gebruiken bij onregelmatige ritmen). Tel het aantal QRS-complexen die binnnen een tijdsbestek van 3 seconden vallen (tussen twee markers die sommige ecg-apparaten aangeven). Deze vermenigvuldigt men dan met 20. Dit levert het aantal slagen per minuut.

Finetuning van de aftelmethode. Met de volgende kleinere onderverdelingen kan bovengenoemde aftelmethode nog nauwkeuriger gebruikt worden:

  • 300 -250-214-187-167- 150
  • 150 -136-125-115-107- 100
  • 100 -94-88-83-79- 75
  • 75 -71-68-65-62- 60

Hoeveel is 1 hokje ECG?

Elementen van het ecg – Normaal schematisch ecg, afleiding I Het ecg wordt van links naar rechts gelezen. Een ‘groot’ hokje (vijf kleine hokjes) komt bij een registratiesnelheid van 25 mm per seconde overeen met 0,2 seconden; een klein hokje is dus 0,04 seconden. Twee grote verticale hokjes (10 streepjes, 1 cm) komt overeen met 1 millivolt (mV).

Op een ecg staat normaal gesproken een ijkstreep, omdat andere standen van de recorder mogelijk zijn, wat de juiste beoordeling kan verstoren als de beoordelaar zich daarvan niet bewust is. Een serieus probleem bij het opnemen van een ecg is de meestal aanwezige stoorspanning van het lichtnet, die doorgaans groter is dan de te meten spanningen.

Met een verschilversterker kan deze stoorspanning, die over het hele lichaam doorgaans ongeveer gelijk is, weggewerkt worden. Een deel van deze ten opzichte van het zeer laagfrequente ecg-signaal blijft herkenbaar in de ‘dikte’ van het ecg-signaal tussen de opeenvolgende QRS-complexen en is voor de beoordeling van hartfilmpjes inmiddels bijna onmisbaar, hoewel het met de huidige techniek eenvoudig is om het stoorsignaal helemaal te verwijderen.

Hoe herken je een oud infarct op ECG?

Samenvatting – Wanneer bij de beschrijving van een ECG de term ‘oud infarct’ wordt gebruikt, zijn er afwijkingen in de QRS-complexen die kunnen zijn veroorzaakt door de aanwezigheid van een transmuraal litteken in de ventrikelwand. Een infarctlitteken is elektrisch inactief, vormt elektrisch gezien een ‘gat’ waardoorheen de holtepotentiaal ‘zichtbaar’ is.

De holtepotentiaal van een hart is de potentiaal die wordt afgeleid van een elektrode in het lumen van de ventrikel. Het complex in de holtepotentiaal is altijd uniform negatief, en heeft een QS-vorm. De potentiaal van een elektrode op het lichaam geheel of gedeeltelijk boven een litteken toont de QS van de holtepotentiaal opgeteld bij het normale QRS-complex.

Dat levert tenminste een afwijkende Q op; dat is een initieel negatief signaal van tenminste 0,04 seconde. Als de oppervlakte-elektrode geheel boven een groot infarctlitteken ligt, wordt daarvan uitsluitend het QS-patroon van de ventrikelholte geregistreerd.

Wat is een normale ECG waarde?

Geleidingstijden Een normale PQ-tijd bedraagt 0.12 tot 0.20 sec. Een verlengde PQ-tijd wijst dus op vertraagde geleiding door de AV-knoop; we noemen dit ook wel een AV-blok. De geleidingstijd van het QRS complex zegt iets over hoe lang het duurt voordat de ventrikels depolariseren. Normaal duurt dit maximaal 0.10 sec.

You might be interested:  Hoeveel Belasting Betalen Berekenen

Wat is een abnormale ECG?

Soorten ritmestoornissen – Er zijn meerdere ritmestoornissen die op allerlei manieren van elkaar verschillen. De meeste ritmestoornissen zijn goed te behandelen. Soms zijn ze onschuldig en is er geen behandeling nodig, maar het kan ook voorkomen dat ze erg hinderlijk of zelfs levensbedreigend zijn.

Bij een geleidingsstoornis wordt ergens in het hart het stroomstootje opgehouden. Dit wordt vastgesteld op een hartfilmpje (ECG). Geleidingsstoornissen kunnen op verschillende plaatsen in het hart ontstaan en vaak als iemand ouder wordt. Toenemende stoornissen kunnen op een onvoorspelbaar moment leiden tot een lange pauze in de hartslag.

Ook dan kunnen klachten optreden als pijn op de borst en duizeligheid. Als voorzorg kan het implementeren van een pacemaker nodig zijn.

Waar staat de afkorting Qt voor?

Quart (eenheid); een inhoudsmaat. QuickTime; een mediaspeler en een digitaal video-formaat. QT-tijd verlenging.

Wat is Torsades de pointes?

Torsades de pointes (het omdraaien van de toppen) is een Franse term voor een ECG afwijking waarbij een ventriculaire tachycardie ontstaat met abnormaal gevormde (polymorfe) QRS complexen die zowel naar boven als beneden de iso-elektrische lijn uitschieten. Torsades de pointes is goed te onderscheiden van gewone ventriculaire tachycardie waarbij de QRS complexen monomorf zijn, maar er bestaan andere vormen van ventriculaire tachycardie die er erg op lijken. Het onderscheid kan gemaakt worden door te kijken naar eerdere ECG’s, torsades de pointes wordt namelijk altijd voorafgegaan door verlenging van het QT interval, Voor het QT interval (gecorrigeerd voor hartritme, QTc-interval) bestaan normaalwaarden, globaal is rond de 400 ms normaal. Een QTc > 450 ms (mannen) of > 460 ms (vrouwen) wordt beschouwd als een voorbode van mogelijke problemen. Verlenging van het QT-interval kan ontstaan door erfelijke aanleg, maar vooral door diverse geneesmiddelen, o.a. cardiale medicatie tegen ritmestoornissen, tricyclische antidepressiva, fenothiazine, diuretica, antibiotica (erytromycine, clindamycine, pentamidine, co-trimoxazol) en door elektrolytstoornissen zoals hypomagnesiëmie, hypocalciëmie en hypokaliëmie. Therapie: Stoppen van de verdachte medicatie. Bij erfelijke vormen worden bètablokkers voorgeschreven. Bij daadwerkelijk ontstaan van torsades de pointes is defibrillatie vaak nodig. Bij hypomagnesiëmie dit snel suppleren IV (maar niet meer dan 1.5 ml per minuut van de 10% oplossing). Verder worden door de cardioloog anti-arrythmica voorgeschreven zoals lidocaïne of Cordarone (amiodaron). Auteur(s): dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, Amsterdam UMC.

Waarom is het belangrijk om medicijnen op de vastgestelde tijd in te nemen?

Wat zijn bijwerkingen? – Bijwerkingen van medicijnen zijn onbedoelde klachten die je kunt krijgen door het slikken van medicijnen. Ze staan genoemd in de bijsluiter van het medicijn. Bijwerkingen kunnen soms erg vervelend zijn. Door een medicijn op de juiste manier en het juiste moment in te nemen, kunnen bijwerkingen soms worden voorkomen of verminderen.

Hoe lang duurt het voor medicatie werkt?

De weg van het geneesmiddel door het lichaam – Gezondheidscentrum de Roerdomp Waarom moet het ene geneesmiddel 3x per dag en het andere maar 1x per week worden ingenomen of toegediend? En hoe komt die pijnstiller op de plek van de pijn terecht? Waarom heb ik zo’n last van bijwerkingen en mijn buurvrouw niet? Mensen verschillen en daarom reageren ze allemaal net een beetje verschillend op geneesmiddelen.

Geneesmiddelen verschillen ook, en daarom reageert het lichaam op elk geneesmiddel anders. De reis van het geneesmiddel door het lichaam laat zien waarom er zoveel verschillen zijn. De weg door het lichaam De mond De meeste tabletten slikt u gewoon door. Dan komt er een intacte tablet via de slokdarm in de maag terecht.

Door naar beneden te kijken tijdens het slikken, rechtop te blijven zitten en water te drinken zorgt u dat de tablet niet blijft hangen in uw keel of uw slokdarm. Dit is heel belangrijk bij tabletten tegen botontkalking, want als zo’n tablet blijft hangen kan dit uw slokdarm beschadigen.

  1. Er zijn een paar geneesmiddelen die al in de mond of onder de tong opgenomen worden.
  2. Dat zijn tabletten met een soort nitroglycerine tegen angina pectoris, pijn op de borst.
  3. In plaats van tabletten wordt hier ook wel een spray van gegeven.
  4. Omdat deze stof via het mondslijmvlies opgenomen kan worden, werkt het razendsnel.

Maar de meeste tabletten worden gewoon doorgeslikt. Moeite met slikken? U slikt een tablet of capsule gemakkelijker door als u uw hoofd een stukje voorover buigt tijdens het slikken. U slikt dan geen lucht mee in. De tablet of capsule kan daardoor niet in uw keel blijven steken.

Neem een slok water, leg de tablet of capsule op de tong en slik deze door met 1 of 2 flinke slokken water. Drink hierna een glas water. De maag Er zijn geneesmiddelen die altijd geïnjecteerd worden. Dit is meestal omdat innemen niet werkt of soms omdat innemen te langzaam zou werken. De maag bevat zuur en maagsappen, waarin niet alleen voedsel maar ook veel geneesmiddelen afgebroken worden.

Daarom moeten middelen als insuline met een injectie gegeven worden. Dit zijn middelen die zijn samengesteld uit aminozuren of eiwitten, net zoals ons voedsel, en door maagsappen zouden ze snel kapot gaan. Een tweede reden dat ze per injectie moeten is dat geneesmiddelen op eiwitbasis grote moleculen zijn.

  • En hoe groter het molecuul, hoe moeilijker het opgenomen wordt.
  • Behalve geneesmiddelen op eiwitbasis zijn er ook gewone geneesmiddelen die niet tegen maagzuur kunnen.
  • Om te voorkomen dat het geneesmiddel in contact komt met het maagzuur wordt er dan een maagzuur-resistent laagje omheen gemaakt.
  • Dit laagje lost niet op in de maag maar pas in de darmen, zodat het geneesmiddel pas in de darmen vrij komt en niet meer met maagzuur in aanraking kan komen.

Een leuk voorbeeld hiervan zijn de middelen tegen maagzuur, zoals omeprazol en pantoprazol. Ze werken tegen maagzuur maar kunnen zelf niet goed tegen maagzuur. Daarom hebben ze een beschermend laagje en worden ze in de darm opgenomen zodat ze daarna via het bloed hun werking op de maag kunnen uitoefenen.

Opname uit de darm Er zijn een paar geneesmiddelen die werken in de darm zelf. Denk bijvoorbeeld aan vezels tegen verstopping. Die hoeven niet opgenomen te worden, ze moeten juist in de darm blijven om daar te werken. Alle andere geneesmiddelen moeten eerst opgenomen worden voordat ze kunnen werken. Dit gebeurt meestal in de dunne darm, het stuk tussen de maag en de dikke darm.

Sommige geneesmiddelen worden heel snel opgenomen, andere heel langzaam. Paracetamol wordt heel snel opgenomen, het begint na een kwartiertje al te werken. Maar er zijn ook geneesmiddelen die er uren over doen om opgenomen te worden. Sommige tabletten zijn expres zo ontworpen dat het geneesmiddel er langzaam uit vrij komt.

  • Dan duurt het langer voordat het geneesmiddel is opgenomen, maar daardoor blijft er ook langer een werkzame hoeveelheid in het lichaam,
  • Paracetamol wordt snel opgenomen maar een tablet van 500mg is daarom na een uurtje of 5 wel weer uitgewerkt.
  • Een geneesmiddel in een tablet die langzaam wordt opgenomen kan wel 24 uur werken.

Een voorbeeld daar van is metoprolol, een veel gebruikt middel voor de bloeddruk. Dit wordt langzaam opgenomen en werkt daarom 24 uur. De plek van werking Het ene geneesmiddel is tegen hoofdpijn, het andere om sterke botten te krijgen. Hoe weet het geneesmiddel waar het heen moet? Jammer genoeg weet het geneesmiddel dit niet.

  • Geneesmiddelen worden vanuit de darm opgenomen in het bloed en kunnen daarna vanuit het bloed door het hele lichaam verspreid worden.
  • Die verspreiding in het lichaam is wel voor elk geneesmiddel anders.
  • Sommige geneesmiddelen worden opgenomen door vetweefsel, andere niet, die blijven gewoon in het bloed.
You might be interested:  Amoxicilline Dosering Kind Berekenen

En niet alle geneesmiddelen komen in de hersenen terecht, want er is een barrière tussen de hersenen en de rest van het lichaam waardoor sommige geneesmiddelen direct na opname weer uit de hersenen terug het bloed in gepompt worden. Sommige geneesmiddelen blijven ‘plakken’ op de plek van werking.

Zo worden de middelen tegen botontkalking, zoals alendroninezuur en risedroninezuur, opgeslagen in de botten. En dat is precies de plek waar ze moeten werken. Werkingsduur Voor veel geneesmiddelen geldt dat ze alleen werken zolang er voldoende in het lichaam aanwezig is. Een voorbeeld is paracetamol, dat na een paar uur alweer wordt afgebroken en dan ook niet meer werkt.

Dit zelfde geldt voor slaapmiddelen, middelen tegen afstoting van een getransplanteerde nier en middelen tegen infecties. Ze werken zolang er genoeg in het lichaam zit. En als er te weinig in het lichaam zit zijn ze uitgewerkt. Er zijn ook middelen waarbij het niet gaat om de hoeveelheid in het lichaam.

Dit zijn middelen waarbij het effect veel langer duurt dan verwacht. Bij acetylsalicylzuur (het kinder aspirientje) wordt de stolling van de bloedplaatjes wel 3 dagen geremd, terwijl de stof dan al lang uit het bloed is. Een maagzuurremmer zoals omeprazol is na een uur of 8 wel uit het bloed, maar de werking houdt 24 uur aan.

De weg naar buiten Er zijn twee manieren waarop het lichaam geneesmiddelen weer kwijt raakt: via de nieren en via afbraak door de lever. Sommige geneesmiddelen gaan via de nieren, sommige gaan via de lever en sommige hebben een mengvorm van deze twee.

Nieren Onze nieren filtreren het bloed. Hierbij worden geneesmiddelen die gefiltreerd kunnen worden, verzameld in de urine. Dit is niet altijd een heel efficiënt proces, soms wordt er maar een klein percentage uitgefilterd. Het ene geneesmiddel wordt snel gefilterd, het andere heel langzaam of helemaal niet.

Omdat de nieren de hele dag door werken, zorgt dit er op den duur voor dat het bloed ook bij langzame geneesmiddelen helemaal schoon gefilterd wordt. Dit proces kan voor- en nadelen hebben. In de nacht is de urine geconcentreerder dan overdag. Heel soms is een geneesmiddel in een hoge concentratie in de urine irriterend voor de blaas.

  1. Zo’n geneesmiddel moet dan ‘s ochtends ingenomen worden, zodat het overdag met een lage concentratie in de blaas uitgeplast kan worden en niet ‘s nachts in een hoge concentratie kan irriteren.
  2. Een voordeel van de concentratie in de blaas is dat Nitrofurantoine, een middel tegen blaasontsteking, ook in de blaas verzameld wordt.

De concentratie in de blaas is daarom veel hoger dan die in het bloed, waardoor het precies werkt op de plaats waar het moet werken. Lever De lever maakt enzymen die geneesmiddelen kunnen afbreken en enzymen die een stukje aan een geneesmiddel kunnen plakken.

Hierdoor verandert de oplosbaarheid van het geneesmiddel in het bloed en kan het veranderde geneesmiddel via de gal en de ontlasting, of via de nieren het lichaam verlaten. Ook hier bij is er een enorm verschil tussen geneesmiddelen. Het ene geneesmiddel wordt heel snel afgebroken, het andere heel langzaam.

Het doel van de reis Spannend toch, die reis door het lichaam. Elk geneesmiddel heeft unieke eigenschappen en voor elk geneesmiddel is de reis anders. Al die verschillen samen verklaren waarom het ene middel drie keer per dag ingenomen moet nomen en het andere middel maar 1x per week.

Het ene middel wordt snel opgenomen en ook snel weer afgebroken, het andere middel wordt langzaam afgebroken, blijft plakken op de plaats waar het moet werken of werkt nadat het is afgebroken toch nog heel lang door. De arts en de apotheek houden bij het voorschrijven van de dosering rekening met al deze eigenschappen.

Deze dosis staat op het etiket. Wilt u het geneesmiddel anders innemen dan is voorgeschreven? Overleg dan even met uw arts of apotheek. : De weg van het geneesmiddel door het lichaam – Gezondheidscentrum de Roerdomp

Hoeveel tijd moet er tussen medicatie zitten?

als je meerdere malen per dag het medicijn moet innemen, is het dan belangrijk dat er een bepaaalde tijd tussen de inname van de medicatie zit en is het belangrijk om het medicijn steeds op de zelfde tijd in te nemen.

Wat is de juiste hartritme?

Een normale hartslag in rust ligt tussen de 60 en 100 slagen per minuut.

Hoe hoog mag je hartritme zijn?

Hartslag bij inspanning | Hartslag

Tijdens inspanning hebben je spieren meer zuurstof nodig. Het is normaal dat je hartslag dan omhoog gaat. Maar als je hartslag heel hoog oploopt, werkt je hart minder goed. Wat de maximale hartslag is, verschilt per persoon. Normaal ligt de hartslag van een volwassene in rust tussen de 60 en 100 slagen per minuut. Bij inspanning kan deze oplopen naar 180, soms zelfs boven de 200. Het is geen probleem als je hartslag niet te snel oploopt en na afloop weer geleidelijk afzakt.

In de eerste minuut na de inspanning daalt de hartslag het sterkste. In de minuten daarna zakt de hartslag geleidelijk weer terug naar de normale rusthartslag. Hoe sneller je hartslag na inspanning weer op je normale waarde zit, hoe fitter je bent. Op een gegeven moment bereik je een grens. De hartslag is dan zo hoog, dat het hart zich tussen 2 hartslagen niet meer goed kan vullen met bloed.

Dat is de maximale hartslag. Deze verschilt per persoon en is afhankelijk van je leeftijd en aanleg. Gebruik onderstaande formule om snel een indruk te krijgen van je maximale hartslag. Maximale hartslag = 220 min je leeftijd Voorbeeld:

  • De geschatte maximale hartslag voor een 30-jarige is 220 – 30 = 190 slagen per minuut.
  • Let op!
  • De formule geeft een schatting van je maximale hartslag: houd er rekening mee dat deze zo’n 15 slagen kan afwijken
  • Is je hartslag hoger dan de berekende waarde, dan hoeft het niet verontrustend te zijn.

Het is belangrijk om te kijken hoe je de maximale hartslag bereikt. Het is goed als de hartslag bij inspanning geleidelijk omhoog gaat. En in rust weer omlaag. Voor sporters die intensief trainen of een bepaald doel voor ogen hebben, kan het meten van de hartslag tijdens het sporten zinvol zijn.

  • Gaat je maximale hartslag omhoog als je intensief traint? Je maximale hartslag heeft weinig te maken met hoe goed je getraind bent. Sommige topsporters hebben een relatief hoge maximale hartslag, anderen een lage. Door intensief te trainen gaat deze niet omhoog. Een beter getraind hart gaat juist efficiënter werken: het hart kan met minder slagen net zo veel bloed rondpompen. Door vermoeidheid of overtraining kan de maximale hartslag tijdelijk ook lager zijn.
  • Is het voor hartpatiënten zinvol om de hartslag bij te houden tijdens het sporten? Het bijhouden van je hartslag tijdens sporten kan ook belangrijk zijn als je te maken hebt (gehad) met een hartaandoening. Bespreek in dit geval jouw optimale hartslagzone met een arts of trainer.

Sporters werken vaak met trainingszones. Je draagt een hartslagmeter en traint binnen een percentage van je maximale hartslag. Als je net begint met sporten is het verstandig het rustig op te bouwen:

  • kies in het begin voor oefeningen waarbij je nog kunt praten
  • blijf in de eerste weken aan de ondergrens van je inspanning: op 50% van de maximale hartslag
  • bouw dit geleidelijk op naar de bovengrens: tot maximaal 85% van de maximale hartslag

Soorten trainingszones

Zone Soort training Soort inspanning Trainen op % maximale hartslag Bij een max hartslag van 180 ligt je hartslag dan tussen:
H Herstel Warming up of hersteltraining na zware inspanning. Lichte inspanning waarbij praten nog gemakkelijk is. 45-60% 81-108
D1 Rustige duurtraining Rustige duurtraining of voor warming en cooling down. 60-70% 108-126
D2 Intensieve duurtraining Intensievere duurtraining dan D1. Praten gaat al wat moeilijker, ademen gaat zwaarder. 70-80% 126-144
D3 Maximale duurtraining Je traint met een hoge hartslag. Praten is lastig en je gaat hijgen. 80-90% 144-162
W Zware inspanning – kortdurend Deze inspanning is zwaar en niet lang vol te houden. Je raakt snel buiten adem. 90-100% 162-180

/li>

Tip! Wil je sporten met hulp van trainingszones? Vraag dan persoonlijk advies van bijvoorbeeld een sportarts of fysiotherapeut. Een (sport)arts kan je maximale hartslag nauwkeurig vaststellen. Tijdens dit sportmedisch onderzoek krijg je oefeningen om je hart echt maximaal te laten werken. Vraag ook advies van een sportarts als je:

  • tijdens het sporten klachten hebt van je hartslag
  • hartslag na het sporten lange tijd hoog blijft
  • hartslag tijdens het sporten sterk omhoog en omlaag schiet

Een sportmedisch onderzoek is een uitgebreid onderzoek. Iedereen kan zichzelf hiervoor aanmelden. De kosten worden soms (gedeeltelijk) vergoed vanuit je aanvullende zorgverzekering. Lees meer over een,

  • Chat via de chatknop onder in beeld (10.00 tot 16.30 uur)
  • Bel met een voorlichter: (9.00 – 13.00 uur, € 0,05 per minuut)

We zijn bereikbaar van maandag t/m donderdag : Hartslag bij inspanning | Hartslag

Hoe hoog mag T top zijn?

Criteria pathologische T-top Een normale T-top is congruent met het QRS-complex en ongeveer 1/8e – 1/3e zo hoog als het QRS-complex.

Wat is een T golf afwijking?

8. T-golven (en U-golven) – Wat vertelt een T-golf ons? T-golven zijn de labiele spelers van het ECG. Afwijkingen aan T-golven ontstaan snel, zijn vaak tijdelijk en zijn vaak aspecifiek. Afwijkingen aan T-golven kunnen passen bij acute ischemie, elektrolytstoornissen, geleidingsstoornissen en ventrikelhypertrofie.

Wanneer is een T-golf normaal? De normale T-golf is niet te hoog en staat rechtop in de meeste afleidingen. In V1 komt vaak een omgekeerde/geïnverteerde T-golf voor. Ook in III en aVR kan een T-golfinversie normaal zijn. De vorm van een normale T-golf is doorgaans asymmetrisch: langzaam omhoog en snel omlaag.

Wanneer is een T-golf abnormaal? Symmetrische, hoge T-toppen zijn abnormaal en kunnen komen door acute ischemie of hyperkaliëmie. Hoe maak je het onderscheid?

  • Zijn de hoge T-golven in de basis smal, dan spreken we van een gepiekte T-golf, hetgeen past bij een hyperkaliëmie.
  • Zijn de hoge T-toppen in de basis ‘dik’/breed, dan spreken we van een hyperacute T-golf, passend bij acute ischemie (de eerste seconden/minuten).
  • In een later stadium van ischemie (doorgaans na enkele uren) verandert de hyperacute T-golf in een geïnverteerde T-golf.

Hoge symmetrische T-golven, met name over de voorwandafleidingen (> 10 mm in V3). De basis is smal. Deze patiënt had een hyperkaliëmie. Hoge T-golven, vooral in V3 met een brede basis. Dit zijn hyperacute T-golven bij een patiënt met myocardischemie over de voorwand. Hoge R-top in V2, past bij gespiegelde Q in de achterwand, in V2 ook ST-segmentdepressie. Ook Q’s inferior en ST-segmentelevaties inferior. Semirecent inferoposterolateraal infarct.

Waarom ST elevatie bij infarct?

ST-elevatie ontstaat wanneer de actiepotentiaal in het ischemische gebied verandert, zodat er een zogenaamde ‘injury current’ ontstaat: een elektrische stroom tijdens de repolarisatiefase van het gezondere gebied naar het ischemische gebied. Deze stroom uit zich op het oppervlakte-ecg als ST-elevatie.

Auteur J.S.S.G. de Jong, MD
Co-Auteur
Moderator J.S.S.G. de Jong, MD
Supervisor
Lees meer over auteurschap op ECGpedia

ST-elevatie wordt gemeten op het J-punt. Het J-punt is het einde van het QRS-complex en meestal makkelijk herkenbaar omdat de scherpe uitslagen van het QRS hier met een ‘knak’ overgaan naar het glooiende ST-segment Het ST-segment vertegenwoordigt ventriculaire repolarisatie: de cardiomyocyten maken zich klaar voor de volgende slag.

Dit proces duurt langer dan de depolarisatie en consumeert ook meer energie. Het breidt zich uit vanuit het einde van het QRS-complex tot het begin van de T-golf. Dit segment is normaal gesproken iso-elektrisch (op het niveau van de basislijn). Is het ST-segment afwijkend, dan kan er sprake zijn van ischemie,

De T-top heeft normaal gesproken ongeveer dezelfde richting als het QRS-complex, Dus als het QRS-complex in een bepaalde afleiding positief is (het oppervlak van het deel boven de basislijn is groter dan het deel onder de basislijn) dan is de T-top daar normaal ook positief.

  • De T-top is dus positief in I, II, AVL, AVF en V3-V6.
  • In V1 en AVR is hij negatief.
  • Rond V2 ligt normaal gesproken het omslagpunt.
  • Hierin zit een verschil tussen Kaukasische en negroïde mensen.
  • Bij die laatste groep is het omslagpunt vaak iets later, rond V3.
  • De polarisatie van de T-golf wordt met name veroorzaakt door het verschil in de repolarisatieduur van de binnenkant van de linkerhartkamer (endocard) en de buitenste spiercellen (epicard).

Die binnenste myocardcellen doen langer over de repolarisatie. Op het moment dat de buitenste cellen klaar zijn, zijn de binnenste cellen dus nog relatief positief geladen. Dit resulteert in een kleine stroom van de binnnenste spiercellaag, naar de buitenste = een positieve uitslag op het ecg.

Wat is Torsades?

Torsades de pointes (het omdraaien van de toppen) is een Franse term voor een ECG afwijking waarbij een ventriculaire tachycardie ontstaat met abnormaal gevormde (polymorfe) QRS complexen die zowel naar boven als beneden de iso-elektrische lijn uitschieten. Torsades de pointes is goed te onderscheiden van gewone ventriculaire tachycardie waarbij de QRS complexen monomorf zijn, maar er bestaan andere vormen van ventriculaire tachycardie die er erg op lijken. Het onderscheid kan gemaakt worden door te kijken naar eerdere ECG’s, torsades de pointes wordt namelijk altijd voorafgegaan door verlenging van het QT interval, Voor het QT interval (gecorrigeerd voor hartritme, QTc-interval) bestaan normaalwaarden, globaal is rond de 400 ms normaal. Een QTc > 450 ms (mannen) of > 460 ms (vrouwen) wordt beschouwd als een voorbode van mogelijke problemen. Verlenging van het QT-interval kan ontstaan door erfelijke aanleg, maar vooral door diverse geneesmiddelen, o.a. cardiale medicatie tegen ritmestoornissen, tricyclische antidepressiva, fenothiazine, diuretica, antibiotica (erytromycine, clindamycine, pentamidine, co-trimoxazol) en door elektrolytstoornissen zoals hypomagnesiëmie, hypocalciëmie en hypokaliëmie. Therapie: Stoppen van de verdachte medicatie. Bij erfelijke vormen worden bètablokkers voorgeschreven. Bij daadwerkelijk ontstaan van torsades de pointes is defibrillatie vaak nodig. Bij hypomagnesiëmie dit snel suppleren IV (maar niet meer dan 1.5 ml per minuut van de 10% oplossing). Verder worden door de cardioloog anti-arrythmica voorgeschreven zoals lidocaïne of Cordarone (amiodaron). Auteur(s): dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, Amsterdam UMC.

Wat is r top progressie?

5. R-topprogressie – Wat vertelt de R-topprogressie ons? Met ‘normale R-topprogressie’ bedoelen we het fenomeen dat, naarmate je verder komt over de voorwandafleidingen (V1-V6), de R-toppen progressief groter worden. Dat heeft ermee te maken dat het linkerventrikel elektrisch dominant is over het rechterventrikel. Wanneer is de R-topprogressie normaal? De R-topprogressie is normaal als de R-golf dominant wordt over de S-golf op V3 of V4. Men spreekt dan van transitie op V3 of V4. Wanneer is de R-topprogressie abnormaal?

  • Is in V2 of zelfs V1 al R>S, dan spreek je van vroege transitie, Is in V5 of V6 pas R>S, dan spreek je van trage R-topprogressie,
  • Vroege transitie kan komen door: rotatie van een normaal hart, rechterventrikelhypertrofie, of een oud achterwandinfarct. Bij een oud achterwandinfarct verlies je achterwaartse krachten in het gebied dat in bovenstaande figuur oranje is gemarkeerd. Daardoor worden de QRS-complexen in het tegenliggende gebied (V1-V2) automatisch meer positief. In feite is er dan sprake van een gespiegelde Q-golf in V1 en/of V2.
  • Trage R-topprogressie kan komen door: rotatie van een normaal hart, linkerventrikelhypertrofie, of een oud voorwandinfarct. Bij een oud voorwandinfarct is er verlies van voorwaartse krachten in V3-V4, waardoor transitie pas in V5-V6 plaatsvindt.