Serie Parallel Schakeling Berekenen

Serie Parallel Schakeling Berekenen

Hoe bereken je een parallel schakeling?

Parallelschakelingen – In een parallelschakeling zijn componenten naast elkaar geschakeld, Je kunt dit zien als een grote straat met kleine zijstraten; de zijstraten zijn dan de componenten en komen aan het einde weer uit op een andere grote straat. Hieronder zie je een schakelschema van 3 lampjes en een spanningsbron die parallel zijn geschakeld. Figuur 2: Een parallelschakeling met lampjes en een spanningsbron Het voordeel van een parallelschakeling ten opzichte van een serieschakeling is het feit dat w anneer 1 component stuk gaat, de andere componenten nog wel een gesloten stroomkring vormen en dus blijven werken, De rekenregels voor parallelschakelingen zijn:

  • De stroomsterkte door de verschillende componenten tel je bij elkaar op: I t = I 1 + I 2 + I 3, Zie het als auto’s die afslaan van een straat: er kunnen nooit meer auto’s uit een straat komen dan er ingaan.
  • De spanning over de verschillende componenten is altijd gelijk: U t = U 1 = U 2 = U 3,
  • De weerstand van de componenten is dan als volgt:

Hoe bereken je serieschakeling?

De weerstanden staan in serie. De vervangingsweerstand kunnen we dus bepalen door het optellen van de weerstanden. Rv = 100 Ω + 200 Ω + 300 Ω = 600 Ω. De stroomsterkte berekenen we met de wet van Ohm: I = U/R = 12 / 600 = 0,020 A.

Hoe werkt parallel schakeling?

Een schakeling waarbij meerdere componenten op verschillende vertakkingen binnen een schakeling zitten wordt ook wel een parallelschakeling genoemd. Voordeel is dat, als een van de componenten kapot gaat en geen stroom meer doorlaat, de andere componenten gewoon doorwerken.

Wat is gelijk in parallelschakeling?

Hoe werkt een parallelschakeling? – Bij een parallelschakeling wordt de stroom over ieder deelcomponent apart verdeeld. Indien hierbij de gelijke componenten worden gebruikt zijn de deelstromen gelijk. Echter indien ongelijke componenten worden gebruikt, gaat door de grootste weerstand de kleinste stroom en door de kleinste weerstand gaat de grootste stroom.

Wat gebeurt er met de stroom en spanning in een serie en parallel schakeling?

De stroomsterkte is in een serieschakeling dus in alle onderdelen gelijk. In een parallelschakeling zijn er meerdere stroomkring waarover de lading zich verdeelt. Hoe de stroomsterkte zich verdeelt hangt af van de weerstand van de lampjes.

Hoe werkt een serie schakeling?

Het verschil tussen serie- en parallel geschakelde zonnepanelen: de voor- en nadelen uitgelegd Zonnepanelen kunnen zowel parallel als in serie geschakeld worden. De keuze hangt van een aantal verschillende factoren af en bepaalt voor een groot deel de opbrengst van je,

  1. Goed om te weten wat het verschil is tussen beide opties en wat de voor- en nadelen zijn.
  2. In een serieschakeling zijn de onderdelen in de stroomkring achter elkaar aangesloten, zodat de stroom van het ene onderdeel aan de andere wordt doorgegeven.
  3. De stroom is in deze schakeling dus overal gelijk, maar de crux zit ‘m in de totale spanning.

Die is gelijk aan de som van de spanning per onderdeel. Dat betekent dat als er 1 onderdeel geen stroom doorgeeft, alle andere onderdelen ook geen stroom meer krijgen. In een parallelschakeling zijn de panelen individueel op dezelfde spanningsbron aangesloten, zodat de spanning overal gelijk is. In serie geschakelde zonnepanelen worden ook wel een string genoemd, een soort draad van zonnepanelen. Er ontstaat hierdoor een grote stroomkring, vergelijkbaar met een snoer kerstlampjes. De stroom loopt door de hele kring naar de omvormer, waar van gelijkspanning wisselspanning wordt gemaakt.

Een groot voordeel van deze schakeling is zijn prijs: er zijn weinig onderdelen zoals bekabeling nodig, waardoor de kosten relatief laag uitvallen. Daarnaast levert een serieschakeling hoge spanning, wat twee voordelen met zich meebrengt: er treedt minder (warmte)verlies op en de gelijkspanning kan makkelijker worden omgezet naar wisselspanning.

Een groot nadeel is dat de stroomsterkte afhangt van alle zonnepanelen: wanneer 1 zonnepaneel minder stroom levert, dan zullen al de andere panelen in de keten minder goed presteren. Stel dat het ene paneel bijvoorbeeld 260 kWh kan leveren en een ander paneel 280 kWh, dan zullen beide panelen slechts 260 kWh stroom leveren.

  1. Parallel geschakelde zonnepanelen worden naast elkaar aangesloten: de plussen worden op de plussen aangesloten en de minnen op de minnen.
  2. Zo ontstaat er net als bij serie één grote stroomkring, maar wordt elk paneel afzonderlijk aangesloten op het circuit.
  3. Het grote voordeel van deze schakeling is dat de afzonderlijke panelen elkaar niet beïnvloeden: als er eentje minder presteert, zal dit geen effect hebben op de prestaties van andere panelen.

Onmisbaar als er schaduw op je dak valt of als je ook stroom wilt blijven produceren als er af en toe een zonnepaneel stukgaat. Het nadeel is dat het wel wat prijziger is dan een schakeling in serie. Echter kan het in de meeste gevallen zeker wel opwegen tegen de anders gemiste opbrengsten.

Naast in serie of parallel geschakelde zonnepanelen, kan ook voor een systeem met gekozen worden. Dit is een klein kastje dat aan elk paneel wordt bevestigd. Het kan de opbrengst van een paneel monitoren en het voltage en ampère zo afstemmen om het maximale eruit te halen als de opbrengst van de andere panelen negatief wordt beïnvloedt.

Dit komt goed van pas bij schaduw of als er een systeem op meerdere dakoppervlakken wordt gemonteerd. Een groot nadeel is dat het een stuk duurder is dan een serieschakeling. Ook vraagt het om meer onderhoud en zorgt het voor meer stroom- en warmteverlies.

  • Een is maatwerk.
  • Daarom kan het in het ene geval slim zijn om in serie te schakelen, terwijl je in het andere geval kiest voor parallelschakeling of optimizers.
  • Het hangt onder andere af van je budget, de ruimte, het aantal zonnepanelen en dakoppervlakken en de hoeveelheid schaduw.
  • In ons gratis en vrijblijvende brengen we jouw specifieke situatie nauwkeurig in beeld, zodat je precies weet wat voor jou de beste keuze zou zijn.

: Het verschil tussen serie- en parallel geschakelde zonnepanelen: de voor- en nadelen uitgelegd

Hoe bereken je R1?

De spanning (U) over de weerstand R1 wordt aangeduid als: UR1.M.b.v. de Wet van Ohm vermenigvuldigen we de stroomsterkte met de weerstandswaarde. De spanning over de weerstand bedraagt 8,4 volt. UR2 berekenen we met dezelfde stroomsterkte, maar nu met de weerstandswaarde van R2; deze spanning bedraagt 5,6 volt.

Kun je LED lampen in serie schakelen?

Wat zijn serieschakelingen? – Voor een serieschakeling maakt u gebruik van 1 stoom kring: u schakelt alle LED-inbouwspots achter elkaar. In serie dus. De elektriciteit uit de voeding loopt eerst door de positieve kant van de eerste lamp en vervolgens door de negatieve kant.

Wat is het nadeel van een serieschakeling?

Een schakeling waarbij meerdere componenten als kralen op een ketting achter elkaar staan wordt ook wel een serieschakeling genoemd. Voordeel is dat zo’n schakeling vrij eenvoudig is. Nadeel is dat, als een van de componenten kapot gaat en geen stroom meer doorlaat, ook de stroom door de andere componenten stopt.

Wat is het voordeel van een parallelschakeling?

De voordelen van parallel geschakelde zonnepanelen – Het belangrijkste voordeel is dat de zonnepanelen geen negatieve invloed op elkaar uitoefenen, waardoor ieder paneel op zijn maximale vermogen presteert. Er is dus vrijwel geen opbrengstverlies als de zonnepanelen parallel geschakeld zijn met de omvormer.

Hoeveel stroomkringen heeft een parallelschakeling?

❷ Serie En Parallel Elektrische componenten kun je op verschillende manieren op elkaar aansluiten. Twee van deze manieren zijn ‘in ‘ en ‘parallel’. Twee componenten in serie Je kunt componenten achter elkaar aan sluiten. We noemen dit: “in geschakeld”. De die door het eerste gaan, moeten ook door het tweede, De componenten zitten allebei in dezelfde, Schakelaars, en stroommeters moeten altijd in geschakeld worden. Twee componenten Parallel Je kunt componenten ook schakelen. In de moet dan een vertakking zitten. De hebben nu meerdere wegen die ze kunnen kiezen. De die door het éne gaan, gaan niet door het andere, De componenten zitten elk in een andere, Een moet altijd geschakeld worden. De functies van en parallel Hieronder zie je een van twee lampjes, een en een, In een zoals hieronder kun je apparaten wel apart aan een uit schakelen. Wanneer je 1 aanzet en 2, zal de alleen voor lampje B onderbroken zijn. Er loopt dan wel stroom door lampje A en die gaat dan branden.

parallel Twee componenten die zijn geschakeld hebben elk hun eigen, Apparaten thuis zitten altijd geschakeld zodat je ze apart kunt gebruiken. serie Twee componenten die in zijn geschakeld zitten in dezelfde, Schakelaars en zijn altijd in geschakeld, anders werken ze niet.

Opgave 1 Teken het van twee lampjes die in aangesloten zijn op een, Opgave 2 Teken het van twee lampjes die aangesloten zijn op een, Opgave 3 Hieronder zie je drie verschillende,

You might be interested:  Hoeveel Kan Ik Sparen Berekenen

We zetten de in elke aan. In elke gaan er lampjes aan.a) Wat gebeurt er in a, met lampje 2 als je de uitzet?b) Wat gebeurt er in b, met lampje 2 als je de uitzet?c) Wat gebeurt er in c, met lampje 2 als je de uitzet?

Je kunt het verschil uitleggen tussen twee in aangesloten componenten en twee aangesloten componenten. Twee in aangesloten componenten hebben dezelfde, De elektronen die door de éne lopen, lopen ook door de andere. Wanneer twee componenten zijn aangesloten, hebben ze twee verschillende, De elektronen die door de éne lopen, lopen niet door de andere. Je kunt uit het hoofd een tekenen van twee lampjes die in aangesloten zijn en werken op één, Je kunt uit het hoofd een tekenen van twee lampjes die aangesloten zijn en werken op één, Je kunt in een herkennen of twee componenten in of zijn aangesloten. Kijk hiervoor in de of de componenten dezelfde hebben. Als ze dezelfde hebben staan de componenten in,Een goede manier hiervoor is door te beginnen bij de van de en, met de stroom mee, te kijken of je een weg kunt vinden die door beide componenten loopt. Lukt dit staan ze in, lukt dit niet staan ze,

: ❷ Serie En Parallel

Wat is parallel meten?

De spanning meet je met een voltmeter, Het symbool van spanning is U, De eenheid van spanning is volt (V). In een schakelschema geef je een voltmeter aan met een rondje met de hoofdletter V erin. De voltmeter sluit je aan op twee punten waartussen je de spanning wilt meten. De voltmeter komt dus naast het apparaat te staan waarover je de spanning wilt meten. Dit noem je parallel, Het arrangement Meten in een schakeling is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt. Auteur Laatst gewijzigd 2021-05-27 12:06:31 Licentie Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

het werk te delen – te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat het werk te bewerken – te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie,

Wat zijn 2 belangrijke eigenschappen van een parallelschakeling?

Eigenschappen Doelstellingen 1. In een parallelschakeling krijgt elke deelweerstand dezelfde spanning.2. In een parallelschakeling zal de totaalstroom over alle deelweerstanden verdeeld worden.3. In een parallelschakeling zal de stroom door de deelweerstanden omgekeerd evenredig zijn met de grootte van de deelweerstand.4. : Eigenschappen

Hoeveel zonnepanelen maximaal in serie?

Op een plat dak zonder schaduw worden zonnepanelen vaak in serie geschakeld. Simpel gezegd betekent het dat een groep zonnepanelen aan dezelfde kabel worden aangesloten en aan 1 omvormer wordt gekoppeld. Dit heet een string. In 1 string passen zo’n 20 tot 25 panelen.

  • Bij grotere zonnestroominstallaties, zoals je die graag op jouw dak wilt hebben, zijn er dus meerdere strings nodig.
  • Dit kan al snel een behoorlijke puzzel worden, dus is het belangrijk dat je een stringplan maakt.
  • In dit artikel leggen we uit wat een stringplan is.
  • Waar zorgt het stringplan voor? – YouTube Zonnestroom Nederland 88 subscribers Waar zorgt het stringplan voor? Zonnestroom Nederland Info Shopping Tap to unmute If playback doesn’t begin shortly, try restarting your device.

You’re signed out Videos you watch may be added to the TV’s watch history and influence TV recommendations. To avoid this, cancel and sign in to YouTube on your computer. Cancel Confirm Switch camera Share Include playlist An error occurred while retrieving sharing information.

Hoeveel panelen op 1 optimizer?

Elke ingang maakt de verbinding met maximaal twee panelen mogelijk, vier in totaal per power optimizer. Volg deze richtlijnen bij het aansluiten van panelen op een power optimizer M1600: Ondersteunde configuraties: twee rijen panelen (of veelvouden van twee), staand of liggend.

Heb je altijd optimizers nodig?

Simpel gezegd is het antwoord op deze vraag ‘nee’. Indien er geen sprake is van meerdere leg-richtingen en/of tijdelijke schaduw, dan is het gebruik van optimizers niet nodig. Wanneer de zon altijd op dezelfde gunstige manier op het dak valt, kiezen we voor een serieschakeling met één omvormer en 1 of 2 MPP trackers.

Hoe lampen parallel schakelen?

1) Parallel schakelen – Parallelle schakeling is de meest gebruikte methode. Bij parallelle schakeling wordt plus met plus verbonden en min met min.

Men vertrekt vanaf de driver en vanaf daar wordt de positieve draad doorverbonden met de positieve kant van de eerste spot. De negatieve draad van de driver wordt ook met de negatieve kant van de eerst spot verbonden. Vanaf de eerste spot wordt de positieve en negatieve kant alweer doorverbonden naar respectievelijk de positieve en negatieve kant van de 2 de Dit proces wordt herhaald tot de laatste spot.

In tegenstelling tot serieschakeling kan de stroom hierdoor door meerdere circuits lopen. Het grote voordeel is dat wanneer er 1 spot uitvalt, de andere zullen verder werken. De stroom loopt immers steeds door tot de andere spots. Parallelle schakeling wordt toegepast bij 12V, 24V en 230V.

Hoe bereken je spanning?

De wet van Ohm is een formule die wordt gebruikt om de relatie te berekenen tussen elektrische spanning, elektrische stroom en weerstand in een stroomkring. De wet van Ohm is een formule die wordt gebruikt om de relatie te berekenen tussen elektrische spanning, elektrische stroom en weerstand in een stroomkring.

Grootheid Symbool voor de weg van Ohm Meeteenheid (afkorting) Rol in stroomkringen Mocht u het zich afvragen:
Spanning E Volt (V) Druk die de doorstroming van elektronen activeert U = urgere (Latijn voor ‘voortdrijven’)
Stroom I Ampère, amp (A) Snelheid van de elektronendoorstroming I = intensiteit
Weerstand R Ohm (Ω) Remt de doorstroming Ω = Griekse letter omega

Als twee van deze waarden bekend zijn, kunnen technici de wet van Ohm gebruiken om de derde te berekenen. De piramide kan als volgt worden veranderd: Als de spanning (U) en stroom (I) bekend zijn en u wilt de weerstand (R) berekenen, kruist u de R in de piramide door en rekent u de overgebleven vergelijking uit (zie de eerste piramide, helemaal links, hierboven). Opmerking: de weerstand kan niet worden gemeten bij een stroomkring in bedrijf.

De wet van Ohm is dan vooral nuttig als deze moet worden berekend. Het is niet nodig om de stroomkring uit te schakelen om de weerstand te meten, want met behulp van de bovenstaande variatie op de wet van Ohm kan een technicus R berekenen. Als de spanning (U) en weerstand (R) bekend zijn en u wilt de stroom (I) berekenen, kruist u de I in de piramide door en rekent u de overgebleven vergelijking uit (zie de middelste piramide hierboven).

Als de stroom (I) en weerstand (R) bekend zijn en u wilt de spanning (U) berekenen, vermenigvuldigt u de twee waarden onder in de piramide met elkaar (zie de derde piramide, helemaal rechts, hierboven). Probeer eens enkele voorbeeldberekeningen voor een eenvoudige seriële stroomkring met één spanningsbron (batterij) en weerstand (lampje).

Wat blijft constant bij een parallelschakeling?

Veiligheidselementen in elektrische circuits – In parallelle schakelingen hebben we reeds aangegeven dat de spanning constant blijft voor alle elementen. Naarmate er meer elementen worden toegevoegd, neemt de intensiteit die door het elektrische circuit loopt toe en daarmee ook de warmte die in de kabel wordt opgewekt, De equivalente weerstand bij parallelschakeling wordt gedefinieerd als: Als we dus twee weerstanden van 100Ω hebben (Ω is het symbool voor Ohm, de eenheid waarin een weerstand wordt gemeten), dan zou de equivalente weerstand 50Ω zijn als we er drie hadden, dan zou het 33,3Ω zijn. Als we dus hebben gezegd dat V constant is en R kleiner wordt, neemt de waarde van I evenredig toe en daarmee ook de temperatuur.

Hoe bereken je u totaal?

Serieschakelingen Ursula Blaauboer vroeg op woensdag 11 dec 2019 om 10:58 Beste Eric, Ik heb een vraag. Ik heb een aantal oefeningen verricht over elektrische schakelingen (spanning, stroom en weerstand) zoals bv bij oef 1.met de analoge spanningsmeter spanning van de spanningsbron aflezen/oefening met de analoge spanningsmeter om de bronspanning te meten en de multimeter als stroommeter om stroomsterkte te meten/weerstand demonteren en op dezelfde plek een lampje te monteren op het schakelbord.

De analoge spanningsmeter blijft parallel geschakeld met de spanningsbron en de digitale stroommeter staat in serie met het lampje/ en de weerstand van 60 Ohm werd geplaats in serie tussen de stroommeter en het lampje. kort samengevat: ik heb metingen (spanning en stroom) verricht over weerstand van 60 Ohm.

Ik heb ook metingen gedaan (spanning en stroom) over het lampje. Hoe kan ik een U-I grafiek maken en de verschillen uitleggen. Wat is hier de geschikte onderzoeksvraag? Mijn vraag is: Erik van Munster reageerde op woensdag 11 dec 2019 om 13:57 Als je bij verschillende spanningen de stroom hebt gemeten kun je hiervan een grafiek maken (horizontaal spanning, verticaal stroom).

  • Als je dit doet voor de weerstand en daarna voor het lampje en de grafieken vergelijkt kun je de verschillen zien.
  • Je onderzoeksvraag zou bijvoorbeeld kunnen zijn: wat zijn de verschillen tussen een weerstand en een lampje? (Als het goed is is die van de weerstand een rechte lijn door 0 en die van het lampje niet.) Op donderdag 16 mei 2019 om 16:34 is de volgende vraag gesteld Dag meneer Erik, Stel bij de schakeling (1:21 in het filmpje) bij de weerstand rechts van de batterij, is gegeven I=0,06 A.
You might be interested:  Rc Waarde Gevel Berekenen

Is dan de I die in serie loopt met deze weerstand (tweede weerstand boven de batterij) ook 0,06 A? En de R in dit geval U/I = 4,5/0,06= 75 Ohm (U heb ik gekregen door 9 te delen door 2 weerstanden). Klopt dit?

  • Erik van Munster reageerde op donderdag 16 mei 2019 om 17:20
  • Op donderdag 16 mei 2019 om 17:33 is de volgende reactie gegeven
  • Erik van Munster reageerde op donderdag 16 mei 2019 om 18:12

Ja, de stroom door de tweede weerstand boven de batterij zou dan ook 0,06 A zijn want deze weerstand staat in serie met de weerstand rechts van de batterij. Bij de spanning over de weerstanden moet je even oppassen. De spanning is alléén 4,5 V als de weerstanden allebei dezelfde R hebben.

  • Als één van de weerstand anders is is de verdeling van de 9,0 V niet 50%/50% maar anders.Bedankt voor uw antwoord! Stel de R is bij R1 150 Ohm en bij R2 250 Ohm en I=0,06 A.
  • Mag ik dan gewoon U= I x R gebruiken? U1 = 0,06 x 150 = 9 V en U2 = 0,06 x 250 = 15 V.
  • Volgens mij klopt dit dan niet?Stel, voor de weerstanden geldt R1 = 150 Ohm R2 = 250 Ohm Dan is de totale weerstand (er zijn geen andere weerstanden in die stroomkring) 400 Ohm.

De totale stroom die er in die kring zal gaan lopen is dan I = Ubatterij / Rtotaal I = 9,0 / 400 = 0,0225 A (en dan dus geen 0,06 A!) De spanningen over de apart weerstanden worden dan U1 = 0,0225*150 = 3,375 V U2 = 0,0225*250 = 5,625 V (Bij elkaar opgeteld is dit 9,0 V) Op dinsdag 13 nov 2018 om 16:19 is de volgende vraag gesteld Hallo meneer Eric, Ik heb een vraagje over de tweede voorbeeld in de video vanaf 0:35.

  • Hier zijn de weerstanden met de batterij in serie geschakeld, dus Rv = R1+R2+R3+.
  • Dus de serie schakeling heeft te maken met het weerstand MET de batterij in serie is, NIET dat de weerstanden met elkaar in serie zijn, toch? Of heb ik iets verkeerds gezegd, want volgens mij in deze voorbeeld zijn een paar weerstanden met elkaar parallel geschakeld, maar toch elk weerstand is met de batterij in serie geschakeld.

of is dat niet waar? Groetjes, Sarah Erik van Munster reageerde op dinsdag 13 nov 2018 om 21:48 Het voorbeeld je vanaf 0:35 is bedoeld om te laten zien dat het niet altijd in één keer te zien is of iets in serie staat of niet. Of het over een batterij gaat of een weerstand gaat maakt niet uit: Als de stroom zónder vertakking eerst door ding 1 stroomt en daarna door ding 2 noem je de dingen in serie.

Jossver Kraan vroeg op maandag 24 aug 2015 om 23:00 Hallo, Tijdens de video is er een oefening waarbij de spanning moet berekenen van de weerstanden. daar staat ook 5mA ( is dit 5 milli ampere?) hierbij zegt u dat dit berekent moet worden door middel van 5,0 x 10 tot de macht 3 ( doet u dit omdat er ook wordt gewerkt met 1KΩ) waardoor men met dezelfde waardes moet werken of omdat men 5,0 mA moeten berekenen? Concreet: Ik wil weten waarom men 10 tot de macht 3 gebruikt tijdens de berekening Erik van Munster reageerde op maandag 24 aug 2015 om 23:35 Dag Jossver, In de schakeling loopt 5 mA.

Dit betekent inderdaad 5 milliampere, oftewel 5 duizendste van een ampere. Dit typ je in in je rekenmachine als 5,0*10^3, vandaar. Erik van Munster reageerde op maandag 24 aug 2015 om 23:46, Ik bedoel 5,0*10^-3. Tot de macht min 3 en geen 3. Op zondag 10 mei 2015 om 12:44 is de volgende vraag gesteld In de les heb ik ooit geleerd dat je de formules P=I^2R en P=U^2/R voor alleen een serie schakeling of parallelschakeling kunt gebruiken.

Dus de twee formules gelden allebei voor maar één type schakeling. Welke formule moet je nu precies bij welke schakeling gebruiken? Erik van Munster reageerde op zondag 10 mei 2015 om 13:07 Allebei de formules P=I^2R en P=U^2/R kun je altijd gebruiken, serie of parallel maakt daarbij niet uit. Het is wel zo dat weerstanden die parallel staan dezelfde spanning (U) hebben en weerstanden in serie dezelfde stroomsterkte (I) hebben.

Is dat wat je bedoelt? Op donderdag 23 apr 2015 om 11:10 is de volgende vraag gesteld Beste Erik, Kan de stroom die van de pluspool van de batterij komt ook direct via de buiging van de stroomdraad die je ziet, naar de middelste weerstand gaan en daarna zijn weg vervolgen naar de minpool van de batterij, zonder dat de stroom de meest rechtse weerstand is gepasseerd? Erik van Munster reageerde op donderdag 23 apr 2015 om 17:05 Nee, je ziet dat het punt waar de horizontale en verticale draden elkaar kruizen een “bobbeltje” zit.

Een soort viaduct voor stroomdraden. Zo wordt in schema’s aangegeven dat er op dat punt geen verbinding is tussen de twee draden. De verticale draad gaat als het ware onder de horizontale draad door en raakt deze dus niet. Stroom door de middelste van de drie weerstanden kan dus alleen lopen als deze door de meeste rechtse weerstand is gegaan.

Lisabeth Van Berkel vroeg op maandag 26 mei 2014 om 01:54 Hallo ik heb een vragen over een havo-examen: http://natuurkundeuitgelegd.nl/examens/nah131vb.pdf opgave 3, vraag 15. er wordt een spanningsmeter aangelegd, maar is deze spanningsmeter niet paralel aan bijv.

  1. Erik van Munster reageerde op maandag 26 mei 2014 om 08:46
  2. Lisabeth Van Berkel reageerde op maandag 26 mei 2014 om 18:31
  3. Erik van Munster reageerde op dinsdag 27 mei 2014 om 08:59
  4. Erik van Munster reageerde op dinsdag 27 mei 2014 om 09:06

De spanningsmeter staat niet parallel aan draad AD omdat ook de weerstand tussen D en C er nog tussen zit. De spanningsmeter staat parallel aan twee weerstanden die tussen A en C liggen. De stroom door een spanningsmeter is altijd extreem hoog omdat de weerstand van de meter zelf heel hoog is maar de weinige stroom die er loopt loopt van A naar C.

De elektronen bewegen dus van C naar A en komen er uit in punt A.Maar dan staat de spanningsmeter ook parelel aan draad AB ( de weeerstand ervan), waarom leest hij daar de spanning niet van af?Als je de schakeling even uit elkaar rafelt krijg je zoiets: -V- | | -AD-DC-CB- -| |- -AB- Hieraan zie je dat de voltmeter alleen parallel aan AD en DC staat en niet aan CB.

Hij staat dus ook niet parallel aan AB.Tekeningetje lukte niet helemaal. Ik bedoelde een schakeling waarbij je duidelijker ziet dat de schakeling zich vertakt in twee parallele takken: een tak AD DC CB een tak AB De spanningsmeter staat parallel aan de eerste twee weerstanden van de ene tak (AD en DC).

  1. Over elke tak staat 1,2V dus ook over AD DC CB.
  2. De spanning verdeeld zich over weerstanden in serie, omdat R gelijk is voor elke weerstand is de spanning 1,2:3=0,4 V over elke weerstand.
  3. De spanningsmeter meet over twee weerstanden dus 0,8 V.
  4. Op zaterdag 12 apr 2014 om 18:51 is de volgende vraag gesteld Hallo, Ik heb nog een vraag over een som uit natuurkunde samengevat.

HEt is precies de som onder de halfgeleiderdiode. Er wordt hier gevraagd om de spanning van een deel van een schakeling te bepalen en het is een parallelschakeling. Dus ik dacht gelijk dat de spanning dan gelijk is aan de bronspanning omdat het een parallelschakeling is.

  1. De uitwerking zegt wat anders.
  2. PS:ik hoop dat u een natuurkunde samengevat heeft anders heeft wordt het een beetje lastig:) Erik van Munster reageerde op zaterdag 12 apr 2014 om 23:01 De treinmotor zit inderdaad parallel aan het seinlampje.
  3. De spanning van het seinlampje en de motor zijn dus gelijk.

Maar.ze staan niet direct met de spanning bron in verbinding. Ze staan in serie met R.ab en R.cd. De spanning van 12v verdeelt zich dus over R.ab, R.cd en de parallel schakeling. Vandaar dat ze de spanning over de weerstanden eerst bepalen en deze daarna van 12V aftrekken.

  1. Op zaterdag 12 apr 2014 om 18:41 is de volgende vraag gesteld Hallo, In natuurkunde samengevat staat een vraag over serieschakelingen.
  2. Hierbij moest ik de spanning berekenen van een diode.
  3. En de vergelijking die hierbij uitkwam was: U.diode= 4 (bronspanning)- (I x 80 (dit is R van een weerstand in de schakeling)).

Daarnaast is er ook een U,I-grafiek gegeven van de diode. En bij de uitwerking wordt gezegd dat je uit de vergelijking kan halen dat het een vergelijking van een rechte lijn is en hiermee kan je dan de I afleiden. Dit begrijp ik niet helemaal. Kunt u dit misschien uitleggen.

Het is denk ik wat duidelijker als u zelf kijkt in samengevat op blz.11. De som heet halfgeleiderdiode. Erik van Munster reageerde op zaterdag 12 apr 2014 om 22:53 De bovenste grafiek geldt altijd voor deze diode. Bij een bepaalde spanning hoort altijd een bepaalde stroom. De rechte lijn in de onderste grafiek is U=4 – I*80.

Dit is het verband tussen de spanning en de stroom voor iets wat zich op die plaats in de schakeling bevindt. Of er nu een lampje, weerstand of diode zit: er geldt altijd deze formule en de lijn in de grafiek. In dit geval zit de diode op deze plaats in de schakeling en moeten U en I dus aan beide voorwaarden voldoen.

You might be interested:  Anwb Premie Berekenen

Dit is allen zo op het snijpunt van de twee grafieken. Vandaar. Marissa Gaanderse vroeg op donderdag 25 jul 2013 om 11:09 Als je de stroom niet weet, maar wel de weerstand en de spanningen, hoe werkt het dan precies met de stroom berekenen. Ik zie in uitwerkingen van een examen namelijk staan dat je, als je de stroomsterkte van 1 weerstand wil berekenen, de totale spanning moet nemen in plaats van de spanning van de betreffende weerstand.

Ik vind dat een beetje verwarrend en ik begrijp niet zo goed wanneer ik nu van iets de totale waarde (spanning/stroomsterkte/weerstand) moet nemen of alleen de waarde van de betreffende weerstand/apparaat. Erik van Munster reageerde op donderdag 25 jul 2013 om 16:14 Als er geen vertakkingen in het deel van de schakeling zitten waar de vraag over gaat kun je op twee manieren de stroom berekenen: 1) De totale spanning gedeeld door de totale weerstand.2) De deelspanning over de weerstand gedeeld door de weerstandswaarde van de weerstand.

Beide komen op hetzelfde uit en het hangt ervan af welke gegevens je hebt welke manier je gebruikt. Er is helaas geen vast recept voor. Je moet atijd een beetje puzzelen. Dit is ook wat eektriciteit zo’n lastig onderwerp maakt. Inderdaad soms best verwarrend. Demi Bute vroeg op zondag 12 mei 2013 om 19:36 Kunt u ook gezamenlijk de Volt bereken? Bijv: (R1+R2+R3)/5mA Demi Bute reageerde op zondag 12 mei 2013 om 19:40 Ik bedoel R1+R2+R3)*5mA Erik van Munster reageerde op zondag 12 mei 2013 om 22:20 Ja dat kan als R1, R2 en R3 met elkaar in serie staan.

De spanning U die je zo berekent is dan de totale spanning over alle drie de weerstanden. Om de spanningen over de afzonderlijke weerstanden te weten moet je R1*5mA, R2*5mA en R3*5mA gebruiken. Dit bij elkaar opgeteld is dan als het goed is weer de totale spanning.

Hoe bereken je vervangingsweerstand van parallel geschakelde weerstanden?

Vervangingsweerstand Nienke Waarheid vroeg op woensdag 27 mei 2020 om 14:04 Beste Erik, Zelf kom ik bij de oefenopgave op 56,27. Ohm. Mijn berekening van 1/Rv is (1/200 + 1/100 + 1/1300 + 1/500) = 231/13000. Dit tot de -1 macht geeft 56 Ohm. Zou dit kunnen kloppen? Groeten, Nienke Erik van Munster reageerde op woensdag 27 mei 2020 om 16:21 Klopt hoor.

Ik doe het zelf fout in de videoles omdat ik 100 ipv 200 gebruik bij de berekening. Op donderdag 20 feb 2020 om 12:28 is de volgende vraag gesteld Beste Erik, Heel duidelijk. Ik vraag mij af waarom je van R=43,01 een R=43 ohm hebt gemaakt? Groeten, Joseph Erik van Munster reageerde op donderdag 20 feb 2020 om 13:18 Omdat je je eindantwoord altijd moet afronden.

(Zie de videoles over afronden onder het kopje “algemeen”) Op vrijdag 13 jul 2018 om 09:28 is de volgende vraag gesteld Hey Erik! Hoe zou je de rv kunnen berekenen als je bijvoorbeeld 120 lampjes in parallel schakeling hebt? En je de weerstand van een individueel lampje weet? Stel dat die 4 is.

  1. Wat is je rv dan? Erik van Munster reageerde op vrijdag 13 jul 2018 om 10:18 Dat doe je op dezelfde manier als wanneer je twee of drie weerstanden hebt.
  2. Bij weerstanden die parallel staan geldt: /1Rv = 1/R1 + 1/R2 + 1/R3.
  3. Als je 120 lampjes hebt van 4 Ω ieder dan wordt het dus 1/Rv = 1/4 + 1/4 + 1/4 (.en dat dan 120 keer) 1/Rv = 1/4 * 120 1/Rv= 30 Rv = 1/30 = 0,03333 Ω (Maar omdat ze allemaal dezelfde weerstand hebben kun je hier ook 4/120 doen) Anouche Dalbion vroeg op dinsdag 15 mei 2018 om 08:43 Hey, ik heb een vraagje over die oefening hierboven met de vervangingsweerstand van 3 weerstanden van 50 ohm.

Ik kom uit op 0.06 hoe kom je aan 16,7? Gr Erik van Munster reageerde op dinsdag 15 mei 2018 om 13:53 Dag Anouche, Ik denk dat je de laatste stap vergeten bent: Stap voor stap: De weerstanden staan parallel dus je gebruikt de regel met 1/R: 1/Rv = 1/50 + 1/50 + 1/50 1/Rv = 0,02 + 0,02 + 0,02 1/Rv = 0,06 Je wilt niet 1/Rv weten maar de vervangingsweerstand (Rv).

Antwoord is dus niet 0,06 maar je moet nog een keer 1-gedeeld-door doen: Rv = 1 / 0,06 = 16,66667 Ohm Anouche Dalbion reageerde op dinsdag 15 mei 2018 om 14:33 aaaaah ok. Stom van me. Heel erg bedankt! Nerin Kyazimova vroeg op zaterdag 5 mei 2018 om 19:29 Beste Erik, In mijn boek de formule is 1/Rv=1/R1+1/R2+1/R3.Is het correct? Kunt u de rekening van de opgave in het filmpje meer getailleerd geven, omdat iets klopt niet in mijn rekening.

Alvast bedankt voor jouw hard werk. Erik van Munster reageerde op zaterdag 5 mei 2018 om 19:51 Dag Nerin, De formule klopt. Dit is de formule voor weerstanden die parallel staan. Het voorbeeld in de videoles klopt niet helemaal. In de schakeling staan 4 takken die onderling parallel staan.

Bovenste tak: 200 Ohm Daaronder: 500 Ohm Daaronder: 1300 Ohm Onderste tak: 100 Ohm Als je dit invult in de formule voor parallele weerstanden vind je 1/Rv = 1/200 + 1/500 + 1/1300 + 1/100 1/Rv = 0,005 + 0,002 + 0,0007692 + 0,01 1/Rv = 0,017769 Rv = 1 / 0,017769 = 56,277 Ohm Antwoord moet dus 56 Ohm zijn.

Ik doe het zelf fout in de videoles omdat ik 100 i.p.v.200 invul in de formule. Op woensdag 31 mei 2017 om 09:33 is de volgende vraag gesteld Waarom moet je als je RV berekent, 1 delen door alle opgetelde parallelweerstanden? Erik van Munster reageerde op woensdag 31 mei 2017 om 09:45 Je deelt niet 1 door alle opgetelde weerstanden maar door de optelsom van 1/R van iedere weerstand.

  1. De reden dat deze formule zo raar is heeft te maken met de wet van Ohm en het feit dat de stroom zich in een parallelschakeling opsplitst waarbij de spanning hetzelfde is.
  2. De hoofdstroom is de optelsom van de deelstromen.
  3. Voor elke deelstroom geldt I1 = U/R2, I2=U/R2 etc.
  4. De hoofdstroom is dan I = I1 + I2 = U/R1 + U/R2 Als je uit de hoofdstroom de totale weerstand berekent krijg je R = U / I = U / (U/R1 + U/R2) U valt boven en onder de deelstreep weg en je houdt over R = 1 / (1/R1 + 1/R2) Vandaar.

Je hoeft deze afleiding niet perse uit je hoofd te kennen om de formule te kunnen gebruiken, hoor. Op zaterdag 5 nov 2016 om 15:12 is de volgende vraag gesteld Bij de laatste gebruikt u 2x 100^-1. De bovenste is toch 200? Ik kom dan op een vervangingsweerstand van 56 Ohm.

Erik van Munster reageerde op zaterdag 5 nov 2016 om 15:52 Klopt wat je doet, hoor. Ik deed het fout in de video. Antwoord moet inderdaad 56 Ω zijn. Zie ook de opmerking van Lisa hieronder. Op zaterdag 23 apr 2016 om 16:06 is de volgende vraag gesteld Hallo Erik, Het is een duidelijk filmpje alleen ik begreep het volgende niet: In minuut 5,53 zijn de bovenste 2 weerstanden in serie geschakeld en de weerstanden van de 3e rij ook dan moet je ze toch alleen bij elkaar optellen en het daarbij laten, ipv tot de macht -1 te doen? Erik van Munster reageerde op zaterdag 23 apr 2016 om 16:15 Als je alleen de weerstand van rij 1 en van rij 3 los wil weten: Ja, dan hoef je ze alleen op te tellen en kun je het daarbij laten.

Maar als je de totale weerstand wil weten van alle weerstanden bij elkaar dan moet je er rekening meer houden dat rij 1, rij 2, rij 3 en rij 4 met elkaar parallel staan en daarvoor gebruikt je wel de formule met ^-1. Op zondag 18 mei 2014 om 12:26 is de volgende vraag gesteld Hoe komt het ook alweer dat een vervangingsweerstand van een parallele kring veel lager is dan de laagste weerstand en bij een kring een serie het zo is dat de vervangingsweerstand hoger is? Erik van Munster reageerde op zondag 18 mei 2014 om 13:26 Je kunt je het zo voorstellen: Als tussen twee punten A en B twee weerstanden parallel aan ekaar staan heeft de stroom twee mogelijke wegen om van A naar B te stromen dus gaat dit makkelijker en is de totale weerstand lager.

  1. Als er tussen A en B twee weerstanden in serie staan moet alle stroom eerst door de ene en alle stroom daarna door de andere.
  2. Dit kost juist meer moeite dus een hogere weerstand.
  3. Lisa van der Schee vroeg op woensdag 16 mei 2012 om 20:41 Dag meneer! Ik heb, net als u, de opgave in deze video ook gemaakt, maar het antwoord van u klopt volgens mij niet! U rekent namelijk 1/100 + 1/500 + 1/1300 + 1/100 Maar u heeft net daar voor berekend dat de Rv van het bovenste deel 200 is!! (in plaats 100 dus) Zou u misschien de goede berekening kunnen geven? Dan kan ik het met mijn antwoord vergelijken! Erik van Munster reageerde op donderdag 17 mei 2012 om 09:46 Je hebt gelijk.

Het moet zijn 1 / (1/200 + 1/500 + 1/1300 + 1/100). Je komt dan uit op 56,27. Afgerond 56 Ohm. : Vervangingsweerstand

Wat wordt er bedoeld met de totale stroomsterkte in een parallelschakeling?

De totale stroom in een parallelschakeling is gelijk aan de som van de stroom door de verschillende takken van de schakeling heen.